Home

De bewoners



De Coendersborg, vernoemd naar de familie Coenders, is ontstaan uit de samenvoeging van land van drie boerderijen: Die van de families Fossema, Harckema en Heringe. De borg zelf is gebouwd op de plaats waar de familie Fossema een versterkte boerderij had staan en stamt uit het einde van de zeventiende eeuw.



De familie Coenders


In 1668 kocht een raadsheer van Groningen de drie boerderijen. Zijn naam was Ludolf Coenders. Zijn zus, Etta, was getrouwd met Iwo Auwema (zoals de familie Fossema toen heette). Hij ging het gebied gebruiken voor veenontginning. Ludolf liet op waar vermoedelijk de Fossemaheerd stond een landhuis bouwen. Hij kwam door de veenontginning echter in conflict met zijn concurrent Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen, de heer van Nienoord. Dit conflict leidde uiteindelijk tot een kleine veldslag, die door Ludolf werd gewonnen.


 


De familie Van Teyens


Nadat Ludolf in 1679 overleed vererfde het landgoed op zijn zus Etta. Zij verkocht de Coendersborg in 1699 aan haar schoonzoon Oeno van Teyens. Deze familie bleef de borg ruim 150 jaar als buitenverblijf gebruiken. Onder Hyma van Teyens kreeg de borg in 1813 de huidige vorm met classicistische gevel. Zij was nauw betrokken bij het landgoed en zorgde ervoor dat de veenontginning weer stevig op gang kwam.



Erfconflict


Nadat Hyma overleed erfden de drie kinderen van haar broer Benedictus de borg. Hij was getrouwd met zijn dienstbode Froukje Albers. Alle drie kinderen stierven echter ongehuwd en kinderloos waardoor er geen directe erfgenaam was. Zij noemden de buurman, een arts genaamd Joachimus Lunsingh Tonckens, als erfgenaam. Dit schoot de familie Albers, die zich als rechtmatige erfgenaam zag, in het verkeerde keelgat. Tot laat in de twintigste eeuw probeerde de familie Albers dit testament (zonder succes) te bestrijden. In 1951 werd de borg verkocht aan De Stichting Het Groninger Landschap.


 


Het gebouw


De bouwhistorie van de Coendersborg is moeilijk te achterhalen. Vermoedelijk werd het voorhuis later tegen de tweede vleugel aangebouwd. Omdat dezelfde soort steen is gebruikt geeft alleen een verstopte bouwnaad deze geschiedenis nog weg. Tegen de achterkant van de borg is een Friese schuur gemaakt van hergebruikte kloostermoppen gebouwd.

De tuinen

Omdat de bewoners op het moment dat de veenontginning klaar waren in die gebieden bomen gingen planten, is er rond de Coendersborg een bijzonder fraai landschap ontstaan.



Een fraai borgbos


Op de ontgonnen veengrond rondom de Coendersborg plantten de bewoners bomen. Hoewel geen Engelse landschapstuin, ontwikkelde zich hierdoor wel een bos rondom de borg. Ergens heeft dit bos wel iets weg van de tuinen zoals die rondom de Fraeylemaborg en Ekenstein liggen, zij het zonder de bewuste aanleg van paadjes en vijvers.


 


De tuinmuur van de Coendersborg


Toen de familie Van Teyens de borg herbouwde legden zij ook een tuinmuur aan, zoals ook bijvoorbeeld bij Ewsum of Welgelegen. Zo’n tuinmuur zorgt voor een prettig klimaat. Het grootste gedeelte van de muur is nog aanwezig. De toegangspoort is echter verdwenen. Dat hier ooit een poort zat wordt verraden door overgebleven hangpunten van de poort.



Paddenstoelen en stinzenbloemen


De ontginnen veengrond, de aangelegde gracht en de natuur die haar gang heeft kunnen gaan betekende een bijzonder goede voedingsbodem voor stinzenplanten bij de Coendersborg. Hiernaast zijn er in de herfst ook bijzondere paddenstoelen te vinden zoals de stinkzwam en de gekraagde aardster.


 


Bijzondere beestjes


Naast mooie flora is er ook bijzondere fauna te bewonderen rond de borg. Zo heeft de eekhoorn sinds de eeuwwisseling langzaam haar herintrede gedaan. Omdat het gebied zich afwisselt tussen bos en open veld is het een populaire plek voor herten om te grazen. In het bos nestelen bosuilen. Rond de waterpartijen van de borg is de ijsvogel te vinden die er jaagt op kleine visjes en insecten.

Praktische informatie

Adres

Oudeweg 15, Nuis

Openingstijden

Niet open voor publiek, alleen bij rondleidingen.

Entree BORG EN TUIN

In de buurt